Muziekvereniging Werkhoven

Historie

Constantia was oorspronkelijk een zang- en toneelvereniging opgericht in het jaar 1897 door, toenmalig hoofd van de openbare school, meester Ferdinand Adrianus Brand (*23-07-1864 te 's-Gravenhage, †09-07-1939 te Bunnik) en Otto van Echteld. Al gauw werd de assistentie ingeroepen van de zangvereniging door pastoor Mol bij het lof en de vespers. Dit gebeurde steeds vaker en pastoor Mol maakte goed duidelijk dat de leden maar hadden te komen. Toen men, om de onwillige leden te dwingen, de absentieboete opvoerde tot een "kwartje" (Hfl 0,25), barstte de bom. Enige leden verzetten zich hier ten sterksten tegen. Zij waren niet van plan om zich te "laten knevelen alsof zij Poolsche honden waren". Dit incident werd zo hoog opgeblazen dat het leidden tot ontbinding van deze vereniging.

Nadat alle kwesties die met de opheffing van de zang- en toneelvereniging gepaard gingen geregeld waren, bleven er echter enkele enthousiastelingen over die wel graag muziek bleven maken. Zij kwamen op het idee om een fanfarevereniging op te richten onder de naam "Constantia".

In "Het Nieuws" (toenmalig nieuwsblad, uitgegeven door plaatselijke uitgever W. Kraal te Driebergen, voor Zeist, Driebergen, Rijsenburg, Houten, Odijk en Bunnik) van 1 september 1906 valt te lezen: "De alhier (Werkhoven) nog zoo pas opgerichte muziekvereeniging telt reeds 12 leden. Moge ze onder directie van de heer Brand flinke vorderingen maken, opdat ook in onze gemeente de ingezetenen bij zomeravond nog eens vergast worden op een concert op "Den Brink". In de editie van 19 december 1906 van "Het Nieuws" wordt vervolgens trots aangekondigd dat de uitvoering op 26 december 1906 met fanfaremuziek zal worden opgeluisterd. Het jonge fanfarecorps opende deze uitvoering met twee werken. Als eerste werd Wien Nieerlandsch Bloed ten gehore gebracht gevolgd door La Créole, een polka mazurka van Basile Barès. Als commentaar op dit optreden schrijft "Het Nieuws": "Wij kunnen niet anders zeggen als dat deze jonge muziekvereeniging zeldzaam groote vorderingen heeft gemaakt, want op de meeste muziekgezelschappen kunnen het 1ste jaar van haar bestaan niet gezamenlijk uitvoeren wat dit korps na drie maanden gaf". Afgaande op deze krantenberichten kunnen we er dus vanuit gaan dat het fanfarecorps "Constantia" is opgericht op of omstreeks 1 augustus 1906. Het is tot heden onduidelijk waarom de statutaire oprichting uiteindelijk pas plaatsgevonden heeft op 8 mei 1908. Dit is echter wel de datum welke sindsdien aangehouden wordt als officiële oprichtingsdatum.

Vooral financieel schijnt de vereniging in de eerste jaren van haar bestaan het bijzonder moeilijk gehad te hebben. Daarnaast heeft de het fanfarecorps ook moeite het ledental op peil te houden. Zo lezen we in "Het Nieuws" van 8 januari 1910 een verslag van de uitvoering op nieuwjaarsdag. In dit verslag wordt aangegeven dat "het muziekgezelschap thans door vertrek van eenige goede krachten zeer ingeslonken is. Heusch het kleine aantal dilettanten ('t waren er maar 9) in aanmerking genomen, ging 't uitstekend. Het blijkt dat de Constantianen met ijver studeeren en dat wat er ontbreekt, uitsluitend is toe te schrijven aan gebrek aan meerdere bezetting".

De heer Brand werd in dat jaar 1910 opgevolgd door de heer G.C. van Leeuwen, een Werkhovenaar die over bijzondere muzikale talenten beschikte. De heer Van Leeuwen was ook gelijktijdig organist/dirigent van het R.K. zangkoor. Hij is het geweest, die de vereniging muzikaal en instrumentaal liet presteren. Als eigenaar van de paardenstal (thans Streekhuis Kromme Rijn), kon hij de vereniging in die stal laten repeteren. Echter voor aanvang van de repetitie moesten de banken afgestoft worden omdat de heer Van Leeuwen ook de lokale meelboer was.

In 1913 vroeg het bestuur van "Constantia" zich af of men weer toneeluitvoeringen moest gaan verzorgen. Na een uitgebreide discussie heeft men er toch weer mee ingestemd op voorwaarde "dat de leden zich netjes zouden gedragen!". Zo ontstonden de muziek- en toneeluitvoeringen, waarvan er twee waren. Een op tweede kerstdag en een op Nieuwjaarsdag. Deze dagen waren met opzet gekozen, omdat er in Werkhoven op deze dagen niets anders te doen was en daardoor de zaal altijd tot aan de nok toe gevuld was. De eerste voorstellingen werden gegeven in de school, later in het Parochiehuis (het huidige Wapen van Werkhoven).

Rond 1920 betrekt Constantia Café Van Impelen aan de Beverweertseweg te Werkhoven als wekelijkse repetitie-ruimte.  

Midden twintiger jaren gaat het qua ledenaantal beter met Constantia. Op zaterdag 16 augustus 1924 gaf Constantia een concert op het Dorpsplein in Werkhoven, zo valt te lezen in "Het Nieuws" van dinsdag 19 augustus 1924. "Hoewel het corps slechts 20 leden telt werden verschillende nummers zeer goed uitgevoerd. Er waren veel belangstellenden uit de omliggende plaatsen die zeker gehoord hadden dat Constantia iets goeds geven zou. De stemming der instrumenten was uitstekend. Jammer dat het publiek nogal rumoer maakte". Financieel wil het helaas nog steeds niet vlotten. Constantia klopt in september aan bij de gemeente Werkhoven. Gelukkig niet tevergeefs. Burgemeester en Wethouders zijn van oordeel dat Constantia inderdaad een nuttige vereeniging is en stellen over het jaar 1924 een subsidie van Hfl. 50,- ter beschikking.

Dat Constantia niet altijd toegankelijk is geweest voor iedereen blijkt uit het volgende: Willem Renger en zijn broer Bart waren niet Rooms Katholiek en konden daarom geen lid worden. Daarin kwam verandering na de pensionering van meester Brand en diens verhuizing naar Bunnik. Voorzitter Toon van den Boogaard nodigde Willem Renger in 1926 uit toe te treden tot de “Kunstenaars” vereniging. Zijn lidmaatschap werd langdurig. Na hem werden ook Frits en Gart van Os lid. Gart van Os en Willem Renger werden al snel bestuurslid. De twee geloofsgroepen binnen Constantia pasten goed bij elkaar.

Op 2e Pinksterdag 1926 nam Constantia deel aan het muziekconcours te Driebergen. Het corps behaalde aldaar een 3den prijs in de eerste afdeeling. Het jury-lid Bury schrijft over het optreden: "Constantia is de allerkleinste vereening (slechts 19 leden) op dit concours en de leden zijn voldoende vingervaardig doch kleine corpsen willen veeltijds door harder te blazen het gebrek aan instrumenten verhelpen en deze remedie is erger dan de kwaal en zoo ging het ook met Constantia".

In januari 1928 kondigt voorzitter Toon van de Bogaard sr. aan dat de heer Van Leeuwen bedankt heeft als directeur (dirigent). Het vertrek van de heer Van Leeuwen kwam hard aan. De invloed van de heer Van Leeuwen was zelfs zo sterk geweest dat er stemmen opgingen om het geheel maar op te heffen. Het vertrek van de heer Van Leeuwen zou voor Constantia ook financiele gevolgen hebben want de heer Van Leeuwen was tot dan zo welwillend geweest zijn diensten kostenloos aan te bieden. Er werd daarom een commissie gevormd die de nodige baten bijeen moest brengen om daarmee een opvolger voor de heer Van Leeuwen aan te kunnen stellen.

De heer T. Vonk uit Utrecht volgt uiteindelijk de heer Van Leeuwen op als dirigent van de fanfare. Lang duurde dit echter niet want in januari 1930 werd de jonge energieke dorpsonderwijzer, de heer J.G. van Rooyen, dirigent. Vermeldenswaardig is zeker dat de meester Van Rooyen met zijn vriend Kees van Haarlem in 1931, door het uitgeven van renteloze aandelen, het geld inzamelde voor de bouw van onze muziektent op de Brink. Deze kostte toen Hfl. 1.000,- en is ontworpen door architect J. van Leeuwen uit Bunnik in samenwerking met aannemer Klokke uit Werkhoven. Op donderdag 23 juli 1931 gaf Constantia haar eerste concert in deze nieuwe muziektent. De muziektent is in de jaren 60 voor het symbolische bedrag van één gulden aan de gemeente Bunnik verkocht omdat Constantia niet meer in staat was de kosten voor onderhoud op te brengen. Het enthousiasme van meester Van Rooyen wist de vereniging te stuwen naar muzikale prestaties op concoursen. Hij heeft dan ook in 1941 de tot dan hoogste muzikale prestatie behaald sinds het bestaan van de vereniging.

In 1932 stelde het bestuur voor om deel te nemen aan een concours te Zeist. Echter de vraag was of men met de bus daar heen zou reizen of met de fiets. Uiteindelijk besloot het bestuur om de jongeren, onder begeleiding van enkele oudere leden, met de bus te laten gaan. De overige oudere leden legden het traject af op de fiets.

Nadat meester Van Rooyen in 1939 en in 1940 nog met de tweede prijs in de afdeling uitmuntendheid genoegen moest nemen, slaagde hij er in 1941 in een prachtige eerste prijs in de genoemde afdeling te halen met promotie naar de Ere afdeling. Het nummer waarmee de vereniging promoveerde was “La promesse du village”.

In 1942 werd de muziekvereniging ontbonden i.v.m. de Duitse bezetting. Na de oorlog pakte men de draad snel weer op want op 10 september 1945 verzorgde Constantia alweer een zgn. ruilconcert in het Rijsenburgche bosch. Meester Van Rooyen was nog steeds dirigent, dit zou echter van korte duur zijn want in 1947 verhuisde meester Van Rooyen naar Driel. De muzikanten van Constantia vonden dit zeer spijtig. Gelukkig heeft men een goede opvolger kunnen vinden en wel de eerste beroepsdirigent, de toonkunstenaar, H.A. van Dijk uit Driebergen. De nieuwe dirigent had de moeilijke taak om met zijn muziekkennis, het enthousiasme van de dorpsonderwijzer te vervangen. De vereniging bloeide na de oorlogsjaren en in het begin van de jaren 50 weer een beetje op en belande uiteindelijk in 1957 terug in de afdeling uitmuntendheid.

Twee grootste kostenposten voor de vereniging waren de instrumenten en de kleding. Aanvankelijk speelden de leden in hun zondagse pak. In 1957 kocht men bij Galeries Moderne te Utrecht 25 dassen van 98 cent per stuk. In Werkhoven kostten dassen toen een gulden, en voor twee cent wilden men wel even naar Utrecht fietsen. Eigen uniformen kwamen een jaar later. Dat kostte 354 gulden en toen was de kas echt helemaal leeg.

In 1963 werd er een drumband aan de fanfare toegevoegd met de heer C. Goes uit De Bilt als instructeur.

Na wat wisselingen van dirigenten kwam in 1965 de heer M.T. Bontrop uit Utrecht de heer Van Dijk vervangen. De heer Bontrop heeft 10 jaar voor de vereniging gestaan. 1967 is ook het oprichtingsjaar van onze boerenkapel. De kapel is opgericht door enkele enthousiaste leden van de vereniging aan wie gevraagd werd door de carnavalsvereniging uit Bunnik om bij een carnavalsavond te spelen. De beslissing tot het vormen van een boerenkapel werd uiteindelijk a la minute genomen na afloop van de optocht. Bijkomend voordeel was dat op deze wijze de kas van de vereniging extra gespekt kon worden.

Op maandag 12 juli 1965 toont Constantia tijdens de raadsvergadering in het gemeentehuis te Bunnik vol trots haar nieuwe uniformen. Met de aanschaf van 55 nieuwe uniformen (waarvan 14 voor de drumband) was een bedrag gemoeid van maar liefst Hfl. 9.580,-. De nieuw gevormde gemeente Bunnik had hiervoor een subsidie verleend van Hfl. 5.000,-. Vanuit de Werkhovense ondernemers en bevolking kwam een bedrag van Hfl. 2.160. De vereniging zelf wist Hfl. 1.840,- op te hoesten. Resteerde dus een gat van Hfl. 580,-. Om ook deze laatste financiële hobbel te nemen, zette Constantia een speciale aktie op. Op zaterdag 4 september en zaterdag 11 september van dat jaar ging Constantia in optocht door Bunnik en Odijk om huis-aan-huis ballpoints te verkopen voor Hfl. 1,- per stuk. Omdat de bewoners van Bunnik en Odijk, met de samenvoeging tot één gemeente Bunnik, zomaar een muziekvereniging cadeau hadden gekregen, waren zij nu aan de beurt om een steente bij te dragen aldus een artikel in "Het Trefpunt" (nieuws en advertentieblad voor de Kromme Rijnstreek) van donderdag 2 september 1965.